Veel patiënten van het vroegere instituut St. Servatius werden ingezet om de huishouding draaiende te houden. Zij werkten bijvoorbeeld in de keuken of in de wasserij. Daarnaast had het instituut eigen bedrijven. Zoals een mattenmakerij, schoenmakerij, weverij, matrassenmakerij, drukkerij en boekbinderij. De patiënten maakten producten voor de verkoop. Met de opbrengst daarvan kon de verpleegprijs laag blijven. De meeste van die bedrijven zijn in de jaren zestig geleidelijk opgeheven.
Sport en ontspanning
Naast al dat werken was er toch ook nog tijd voor sport en ontspanning. De medewerkers en de patiënten konden lid worden van tal van sport- of culturele verenigingen. Daarvoor beschikte het instituut over een toneelzaal, sportvelden, sportzalen, een zwembad en tennisbaan.
Voetbal speelde een belangrijke rol. De voetbalclub van de verplegers was succesvol in de competitie en had een grote aanhang in het dorp. Voor de patiënten waren de ontmoetingen met de Venrayse supporters en de supporters van de bezoekende clubs een welkome afwisseling.